
Een tijd geleden werd ik benaderd door Sanne en Robert van Vliegwiel. Ze vertelden dat ze bezig zijn met een project waarin ze profielen verzamelen van startup-ondernemers en ecosysteembouwers in Nederland. Niet alleen de bekende namen en de luidste stemmen op LinkedIn, maar juist ook de mensen die je normaal nooit hoort: de stille ondernemers.
Vliegwiel wil laten zien waar ondernemers tegenaan lopen, en hoe we als collectief een beter ondernemersklimaat kunnen opbouwen. Dat ze daarbij óók die stille groep bewust meenemen, vind ik misschien wel het belangrijkste aan het hele initiatief.
Ondernemen hoeft niet luid te zijn
Ik geloof dat er in Nederland ontzettend veel introverte ondernemers zijn die heel goed zijn in wat ze doen, maar nauwelijks zichtbaar zijn. Geen podcasts, keynote talks en grootse “founder stories”, maar wel bedrijven die gewoon draaien, winst maken en problemen oplossen.
Dat zijn ook de mensen die ik regelmatig aan tafel heb bij de etentjes die ik organiseer. Een kleine groep aan een lange tafel, goed eten en vooral geen sales pitches. Daar zitten stuk voor stuk sterke ondernemers met vaak veel ervaring. Maar het zijn niet de types die op elk evenement op de eerste rij zitten of zichzelf “thought leader” noemen.
We hebben de neiging om steeds dezelfde namen te herhalen als het gaat over ondernemerschap in Nederland. En dat is prima, want die hebben ook een rol. Maar als jonge of twijfelende ondernemer alleen dat soort voorbeelden ziet, denk je al snel: oké, dan is ondernemen misschien niet voor mij.
Juist door ook stille ondernemers in beeld te brengen, wakker je iets anders aan: intrinsieke motivatie. Een ondernemersklimaat dat oproept: Hé, zo kan het dus ook. Je kunt ook ondernemen zonder dat je jezelf continu hoeft te verkopen.
Ecosystemen groeien niet door beleid, maar door mensen
Ik heb zelf een grote passie voor ecosystemen. Toen ik in de VS was voor de Kauffman Foundation, leerde ik via Ted Zoller hoe ecosystemen zoals Silicon Valley functioneren. Hij tekende een spinnenweb: vijf à zes mensen die iedereen kennen, oftewel: superconnectors. Dat zijn niet per se de grootste ondernemers of de bekendste namen, maar mensen die het leuk vinden om anderen met elkaar te verbinden.
Als je die mensen de ruimte geeft, komen netwerken in beweging waardoor startups makkelijker hun eerste klanten, investeerders of medewerkers kunnen vinden. Niet door een wedstrijd of een subsidieaanvraag, maar door één iemand die iemand kent die jou kan helpen.
In Nederland voelt het vaak omgekeerd. We hebben een enorme hoeveelheid startup-evenementen, competities, regelingen en programma’s. Op papier is dat luxe, zeker vergeleken met andere landen waar ondernemen niet zo wordt aangemoedigd. Maar het voelt voor mij soms te veel als iets gemaakt. Alsof ondernemerschap een traject is waar je je voor inschrijft, in plaats van iets dat ontstaat omdat iemand ergens zó door gefrustreerd raakt dat hij het zelf maar gaat oplossen.
De overheid probeert te sturen, regelen en structureren. Terwijl ik denk: wees vooral facilitator. Zorg dat de basis, zoals belastingen, onderwijs en wetgeving goed is geregeld en laat de rest zoveel mogelijk ontstaan door de mensen zelf.

Ondernemerschap als lifestyle is geen vooruitgang
Wat er nu soms gebeurt, is dat we ondernemerschap zó veel stimuleren, dat we de spanning eraf halen. Het wordt een soort lifestyle: hoodie aan, een kop koffie, laptop openklappen, pitch deck klaar en gaan. Maar een belangrijk onderdeel van ondernemer worden is juist het overgaan van een drempel.
De kunst zit hem in het zetten van de stap, terwijl je nog niet zeker weet of het goedkomt. Niet omdat je begeleid wordt, maar omdat je zelf besluit dat je iets gaat maken. Als alles in programma’s, prijzen en trajecten wordt gegoten, neem je een stukje van die drempel weg. En dat klinkt wel gemakkelijk, maar je haalt er ook iets essentieels mee uit: het gevoel dat je zélf degene bent die het initiatief neemt.
Ik denk dat een gezond ecosysteem juist bestaat uit mensen die elkaar vinden, elkaar optillen, en elkaar met rust laten als dat nodig is. Een ecosysteem dat zichzelf in stand houdt, omdat er genoeg energie en intrinsieke motivatie in zit.
Zo slecht hebben we het niet, maar het kan beter
Is het ondernemersklimaat in Nederland slecht? Integendeel, we zijn verwend. We hebben goede universiteiten, redelijk toegankelijke financiering en regelingen die je in andere landen niet snel tegenkomt. De basis is er, maar we klagen veel en we kijken vaak de verkeerde kant op. Ondertussen zien we te weinig de stille ondernemers die al lang laten zien dat het wél kan, zonder schreeuwerige marketing en zonder pitchwedstrijd.
Daarom vind ik initiatieven zoals Vliegwiel belangrijk. Ze zetten mensen in het licht die normaal in de schaduw blijven. Niet om ze tot “thought leader” te bekronen, maar om te laten zien: dit zijn óók ondernemers. Dit zijn misschien juist de voorbeelden waar we meer aan hebben dan aan de zoveelste influencer.
Kleine stap vooruit: de politiek kijkt mee
Er zijn ook lichtpuntjes. Dat de huidige minister van Economische Zaken, Vincent Karremans, zelf startup-ervaring heeft, vind ik een goed teken. Niet omdat één minister alles gaat oplossen, maar omdat het helpt als er in de politiek mensen zitten die weten hoe het voelt om te ondernemen en risico te nemen.
Alleen al het feit dat startups en scale-ups serieuzer worden genomen, geeft een beter gevoel. Maar wat mij betreft stopt het daar niet. De volgende stap is dat we als ondernemers zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor het ecosysteem. Minder klagen en meer verbinden. Minder op het podium en meer aan tafel.
Tot slot
Als we een ecosysteem willen bouwen dat écht intrinsieke motivatie aanwakkert, moeten we breder kijken dan de usual suspects. We moeten ruimte maken voor de stille ondernemers en voor de mensen die niet per se roepen, maar wél leveren.
En misschien moeten we onszelf wat vaker afvragen: wie nodig ik uit aan tafel? Wiens verhaal wil ik horen? Met wie verbind ik vandaag twee anderen, zonder dat ik er zelf beter van hoef te worden? Want daar begint het uiteindelijk.

