
Ik ben wat je zou kunnen noemen een sociale klassenmigrant. Niet in de zin van een andere nationaliteit of afkomst, maar wel iemand die van de ene naar de andere wereld is verhuisd. En dat voelt soms als een complete cultuurshock. Ik ben opgegroeid in Voorhout, daarvoor een paar jaar in Sassenheim. Mijn ouders waren gymdocenten uit een stabiele middenklasse. Hun focus lag op hard werken, sporten, nuchterheid. Dat was de cultuur; niet lullen maar poetsen en alles uit je talent halen.
Ondernemerschap en risico’s nemen stond niet op hun prioriteitenlijstje. We hadden geen gesprekken over beleggen, investeren of vermogensopbouw. En als het al een keer ging over geld, dan ging het over het huishoudboekje. Niet over vermogensgroei, maar over of je deze maand uitkwam. Als er al geïnvesteerd werd, dan ging het vaak mis met een beleggingshypotheek die instortte, bijvoorbeeld. Dat soort ervaringen maakten geld iets waar je voorzichtig mee moest zijn. In principe niets mis mee, maar de gedachtegang was duidelijk: werken voor je centen en geen investeringen in onnodige aankopen.
Ondernemen als paspoort
Toen ik ging studeren in Wageningen en begon met ondernemen, ging er langzaam een andere wereld open. Het liep goed en met succes kwam ook financiële groei. En daarmee de toegang tot een nieuwe klasse. Een wereld waarin mensen wél praten over investeringen en waar je ineens hoort dat mensen een au pair hebben, of een private banker. Waar vrienden huizen kopen in plaats van huren. Waar je in de zomer niet in een korte broek naar een sterrenrestaurant moet komen, zo leerde ik, nadat ik vriendelijk via de achterdeur werd binnengeloodst. Het voelde als halsoverkop verhuizen naar een land waar je de taal niet spreekt en de cultuur niet kent.
De onzichtbare regels
Het lastige aan sociale mobiliteit is niet zozeer dat je verandert van omgeving, maar dat niemand je vertelt wat de ongeschreven regels zijn. Neem iets simpels als kinderopvang. Mijn partner en ik dachten: opvang is duur, maar noodzakelijk zodat we kunnen blijven werken. Tot ik ontdekte dat sommige ondernemers een au pair hebben. Dat blijkt tegenwoordig nog eens goedkoper dan de crèche, en het hele gezin loopt soepeler. Of: vermogensbeheer. Op een dag word je gebeld door de bank met de vraag of je niet beter past bij private banking. In eerste instantie schrik je en later denk je: oh, misschien hoort dit erbij.
En het gaat niet alleen om geldzaken. Het gaat ook over hoe je omgaat met mensen. Netwerken, bijvoorbeeld. In mijn jeugd was iemand aardig of niet en dat bepaalde of je met die persoon omging. In de ondernemerswereld kijk je strategischer. Met wie wil je bouwen? Wie voegt iets toe? Dat was een compleet nieuwe bril om door te kijken.

Schuldgevoel in een nieuwe auto
Een tijdje terug kocht ik een nieuwe auto, gewoon omdat het kon. En ergens voelde ik me bezwaard toen ik erin reed. Niet omdat ik er niet blij mee was, maar omdat ik dat soort luxe niet gewend ben. Vroeger was een auto iets praktisch en nu werd het een statussymbool. En ineens zit je daar, tussen oude waarden en nieuwe mogelijkheden.
Hetzelfde geldt voor gadgets. Vroeger moest ik sparen voor een coole gadget, en kocht ik er hooguit één per jaar. Nu bestel ik spontaan een drone of een 3D-printer om ‘m gewoon eens uit te proberen. En als ik dan twijfel, hoor ik van mensen om me heen: “Als je het leuk vindt, moet je het gewoon doen.” Die mindset heb ik vanuit huis nooit meegekregen. Bij twijfel zag je af van een aankoop, terwijl de mensen die ik nu om me heen heb het tegenovergestelde doen.
Hoe blijf je jezelf?
Dat is misschien wel de belangrijkste vraag van deze hele migratie. Hoe blijf je jezelf als alles om je heen verandert? Als je opgroeit in een nuchtere omgeving waar geld niet bespreekbaar was, en je nu ineens in een wereld zit waar overvloed de norm lijkt?
Voor mij zit de sleutel in bewustzijn en jezelf regelmatig afvragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan, en wat vind ik écht belangrijk? Niet om krampachtig alles bij het oude te houden, maar om je waarden te bewaken. Want financiële groei is mooi, maar niet als je jezelf kwijtraakt. En jezelf opnieuw uitvinden is ook goed, zolang je nog weet wie je in de kern bent.

