
In Nederland gaat het veel over ondernemerschap. We moeten innovatie stimuleren, we moeten startups helpen. “Ondernemers first”, want dat is goed voor de economie. Natuurlijk is een gezond ondernemersklimaat belangrijk. Nieuwe bedrijven zorgen voor banen, concurrentie, betere producten, export, en nog veel meer.
Maar ik raak soms de weg kwijt in hoe er over ondernemerschap gepraat wordt. Niet omdat ik tegen ondernemerschap ben, maar omdat het in Nederland steeds vaker voelt als een onderwerp waar vooral over geroepen wordt door mensen die er niets mee te maken hebben.
Waarom word je dan zelf geen ondernemer?
Wat ik lastig vind aan het hele “we moeten ondernemerschap stimuleren”-verhaal, is dat het vaak wordt geroepen door mensen die het zelf óók zouden kunnen doen, maar het niet doen. En dat is geen verwijt, maar meer een vraag. Als je vindt dat ondernemerschap zo belangrijk is, waarom word je dan zelf geen ondernemer?
Het antwoord daarop is meestal eerlijker dan alle discussies over “het klimaat”. Mensen zeggen dan dingen als: ik durf het niet. Ik heb geen idee. Het is te risicovol. Ik heb kinderen. Ik heb een hypotheek. Ik wil zekerheid. Het past niet bij me. Ik kan die stress niet aan.
En dat is precies het punt. De reden dat iemand géén ondernemer wordt, zit meestal niet in een ontbrekende subsidie of een marketingcampagne van de overheid. Maar het zit in risico, onzekerheid en verantwoordelijkheid.
Daarom geloof ik dat we ondernemerschap pas echt beter kunnen maken als we beginnen met die vraag. Niet: “Hoe stimuleren we ondernemerschap?” maar: “Waarom nemen mensen die stap niet?” Als je daar een antwoord op krijgt, dan kom je vanzelf bij de juiste verbeteringen uit.

Ondernemerschap is geen trend, maar een beslissing
Wat ik veel zie, is dat ondernemerschap wordt neergezet als iets dat je kunt “aanzetten”. Maar ondernemen werkt niet zo. Het is niet iets dat je doet omdat het hip is. Je begint met ondernemen als je een probleem ziet, een oplossing denkt te hebben, en bereid bent om het risico te nemen die oplossing te ontwikkelen.
En daar zit ook een frustratie bij mij. Ik kan slecht tegen mensen die het risico niet durven nemen, maar wel heel hard roepen over ondernemerschap en innovatie. Niet omdat ik vind dat iedereen ondernemer moet worden, maar omdat roepen makkelijk is. De stap zetten is het echte werk.
Het echte probleem: risico zonder vangnet
Eén reden hoor ik steeds terug waarom mensen niet starten: het risico is te groot, zeker als er kinderen in het spel zijn. Ik snap dat. Ik heb zelf ook kinderen, en als ik nu vanaf nul opnieuw zou moeten beginnen, dan zou ik ook even slikken. Niet omdat ondernemen onmogelijk is, maar omdat de eerste fase vaak vooral onzekerheid is: wisselende inkomsten, veel verantwoordelijkheid en weinig vangrail.
Waar mensen echt bang voor zijn is het falen zonder vangnet. Geen WW, beperkte ondersteuning, en het gevoel dat je het als gezin maar gewoon moet “uitzoeken”. Dat maakt ondernemen met kinderen al snel onverantwoord, en niet alleen spannend.
Als we in Nederland serieus zijn over “ondernemerschap stimuleren”, dan zouden we minder moeten roepen en meer naar dit soort drempels moeten kijken. Misschien hoort daar een tijdelijk vangnet bij voor mensen die echt een bedrijf proberen op te bouwen (niet alleen freelancen). En daarnaast moeten we eerlijk zijn dat ondernemen niet in elke sector even makkelijk is. Een softwarebedrijf start je met een laptop. Maar probeer maar eens te beginnen in sectoren als afval, logistiek of productie zonder kapitaal of overname. Dat is een heel ander verhaal. Als we willen dat meer mensen die stap durven zetten, moeten we beter begrijpen waar het risico zit en wat er nodig is om het verantwoord te maken.

